
Gelijke randvoorwaarden bij de huur van (gemeentelijke) sportaccommodaties
Veel gemeentelijke sportaccommodaties staan een groot deel van de dag leeg. Sporthallen- en velden, gymzalen en zwembaden worden vooral in de avonduren intensief gebruikt, terwijl er overdag juist kansen liggen om méér maatschappelijke waarde te creëren. Denk aan mensen die niet (meer) werken, senioren, re-integratietrajecten of andere doelgroepen die juist buiten de piekuren willen bewegen.
Om die accommodaties optimaal te benutten, kunnen ondernemende sportaanbieders een belangrijke rol spelen. Zij zijn wendbaar, spelen snel in op specifieke behoeften en kunnen hun aanbod flexibel aanpassen in tijd, vorm en doelgroep. Daarmee kunnen zij juist tijdens onderbenutte uren passend sport- en beweegaanbod organiseren. Zo ontstaat meer gebruik, meer impact en een hogere maatschappelijke opbrengst van bestaande accommodaties.
Willen we dat realiseren, dan vraagt dat om een fundamentele voorwaarde: gelijke randvoorwaarden voor alle sportaanbieders.
Het algemeen belang dienen
Bij de verhuur van gemeentelijke sportaccommodaties speelt de Wet Markt en Overheid (M&O) een belangrijke rol. Deze wet moet oneerlijke concurrentie door overheden voorkomen. In principe moeten gemeenten bij economische activiteiten, zoals de verhuur van sportaccommodaties, minimaal de kostprijs rekenen.
Tegelijkertijd biedt de wet ruimte. Gemeenten mogen, met een goede reden, afwijken van de kostprijsregel wanneer zij besluiten dat een activiteit het algemeen belang dient. Dat vraagt om een duidelijke onderbouwing: hoe draagt de inzet van een sportaccommodatie bij aan publieke doelen zoals gezondheid, inclusie, participatie en leefbaarheid? En hoe ziet de lokale markt eruit?
Wanneer gemeenten deze mogelijkheid bewust benutten, kan het algemeen belang juist een instrument worden om sportaccommodaties effectiever en eerlijker in te zetten. Niet als uitzondering, maar als strategische keuze in het licht van preventie, gezondheidsdoelen en sociale cohesie.
Nog geen gelijk speelveld
In de praktijk is er echter vaak geen gelijk speelveld. Uit de huurtarievenmonitor van het Mulier Instituut blijkt dat ondernemende sportaanbieders gemiddeld drie keer hogere huurtarieven betalen dan verenigingen of andere maatschappelijke organisaties.
Dat verschil is lastig te rechtvaardigen wanneer ook ondernemers maatschappelijke waarde leveren. Veel ondernemende aanbieders werken met ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken of inwoners met een kleine portemonnee. Juist dit aanbod vraagt om extra begeleiding, deskundigheid en maatwerk. Wanneer daarbovenop hogere huisvestingskosten gelden, komt de toegankelijkheid van dit aanbod onder druk te staan.
Het gevolg: minder benutting van accommodaties, minder divers aanbod en gemiste kansen voor preventie en gezondheid.
Een bewuste keuze
Dat het anders kan, laten verschillende gemeenten zien. Ongeveer 25% van de gemeenten hanteert voor alle gebruikers van sporthallen hetzelfde huurtarief; voor sport- en gymzalen ligt dat percentage op 21%. Dat bewijst dat gelijke randvoorwaarden mogelijk zijn, mits er een bewuste keuze wordt gemaakt. (Lees er hier meer over).
Gemeenten die kiezen voor uniformiteit of gelijkwaardige randvoorwaarden, erkennen dat maatschappelijke impact niet afhankelijk is van rechtsvorm, maar van wat een aanbieder daadwerkelijk bijdraagt aan de maatschappij.