Spacious indoor basketball court featuring modern architecture, perfect for fitness and sports activities.

Meer doen met wat er al is: gemeentelijke sportaccommodaties voor iedereen 

Nederland heeft een uitgebreid netwerk aan sportaccommodaties. Decennialange investeringen hebben gezorgd voor goede voorzieningen. En daar mogen we trots op zijn. Maar de volgende stap ligt niet in méér bouwen. In een land waar ruimte schaars is, ligt de grootste kans in slimmer benutten wat er al staat. 

Dat blijkt ook uit recent onderzoek van Mulier Instituut: meer stenen leiden niet automatisch tot meer sportdeelname. Juist door bestaande accommodaties beter te benutten, kunnen we sportparticipatie verhogen en sport en bewegen toegankelijk maken voor iedereen. 

En de sleutel daarvoor ligt al in handen van de ondernemende sportsector. 

Een onbenut potentieel

Veel gemeentelijke sportfaciliteiten worden slechts een deel van de dag gebruikt. In de ochtenden, de vroege middag, de onderbenutte uren staat er vaak niemand in de zaal of op het veld. Terwijl er doelgroepen zijn die juist op die momenten willen en kunnen sporten. Denk aan mensen die niet (meer) werken, mensen met flexibele werktijden, senioren en mensen die geen lid zijn of willen worden van een vereniging. 

Ondernemende sportaanbieders, van fitnessondernemers en dansscholen tot beweegcoaches, zijn precies de partijen die dit aanbod kunnen verzorgen. Zij kennen deze doelgroepen, zijn flexibel in hun aanbod en tijden, en kunnen snel inspelen op specifieke behoeften. Ze hoeven daarvoor niets nieuws te bouwen. Ze hebben alleen toegang nodig tot de ruimte die er al is. 

Een blinde vlek in het huidige beleid

Gemeenten investeren nu vooral in accommodaties die worden gebruikt door verenigingen. In 2024 ging maar liefst driekwart van de netto-uitgaven aan sport naar sportaccommodaties (Mulier, 2026). Dat heeft grote waarde: sportverenigingen dragen bij aan de sportbeoefening, beweegopvoeding van kinderen, aan sociale cohesie en aan gemeenschapsvorming. Maar deze focus heeft ook een keerzijde. 

Senior-onderzoeker Björn Schadenberg van het Mulier Instituut licht toe: “De nadruk op verenigingen versterkt de ongelijkheid in sportdeelname. Mensen met een beperking, een lagere sociaaleconomische achtergrond of een migratieachtergrond sporten vaker bij ondernemende sportaanbieders — de fitnesscentra, de sportscholen, de dojo’s. Het type aanbieder waar geen of nauwelijks gemeentelijke ondersteuning naartoe gaat.” 

Dit is geen verwijt aan verenigingen of gemeenten, maar een uitnodiging om het gesprek te voeren. Want als we sport echt voor iedereen toegankelijk willen maken, moeten we ook kijken naar wie we nu nog niet bereiken, én welke partijen daar al succesvol mee bezig zijn. 

Wachtlijsten oplossen én verbreden

Een veelgehoord argument is het capaciteitsprobleem: wachtlijsten, ledenstops, volle hallen. Dat probleem is reëel en verdient serieuze aandacht. Maar het oplossen van wachtlijsten en het verbreden van toegang hoeven geen tegenstelling te zijn: het kan hand in hand gaan. 

Björn Schadenberg: “Het wachtlijstenprobleem moet opgelost worden. Maar daarbij moet wel het besef zijn dat dit mensen zijn die de weg naar de sport al hebben gevonden.” De uitdaging is dus tweeledig: meer ruimte creëren voor wie al sport, én de deur openen voor wie sport nog niet heeft gevonden. 

Bij POS is het antwoord op de vraag voor wie een gemeentelijke accommodatie bedoeld is helder: voor iedereen. De verenigingssporter die twee keer per week traint én de senior die op dinsdagochtend wil bewegen. 

Geef ondernemende sportaanbieders de ruimte

Gemeenten hebben hierin een concrete keuze te maken. Björn Schadenberg: “Je mag als gemeente best sturend optreden in het gebruik van je accommodaties. Er gaat veel geld naartoe — dan mag je ook bepalen wat daar moet plaatsvinden.” 

Onze oproep aan gemeenten is dan ook helder: open de deuren van jullie zalen, hallen en velden voor ondernemende sportaanbieders, ook en juist in de uren dat verenigingen er geen of nauwelijks gebruik van maken. Maak heldere afspraken over gebruik, tijden en doelgroepen. Behandel ondernemende aanbieders als volwaardige partners in het lokale sportbeleid, niet als sluitpost. 

Zo kunnen gemeenten, verenigingen en ondernemende sportaanbieders samen meer bereiken dan elk afzonderlijk. 

Een inspirerend voorbeeld is de samenwerking tussen atletiekvereniging DEM, een ondernemende sportaanbieder en een clubondersteuner in Beverwijk. Door de krachten te bundelen wordt de beschikbare ruimte optimaal benut en ontstaat er meer aanbod voor verschillende doelgroepen. Zonder dat er één steen bijgebouwd hoefde te worden. Lees hier meer over de samenwerking in Beverwijk. 

Samen meer bereiken

De potentie van gemeentelijke sportaccommodaties is groot, en die kans ligt voor het oprapen. Met gelijke randvoorwaarden voor alle sportaanbieders en gerichte samenwerking kunnen bestaande voorzieningen uitgroeien tot multifunctionele plekken die de hele dag bijdragen aan gezondheid, inclusie en leefbaarheid. Voor iedereen. 

De ruimte is er al. De aanbieders zijn er al. De doelgroepen zijn er al. Wat nog ontbreekt, is de verbinding tussen die drie. Daar willen wij als POS, samen met gemeenten en onze partners, graag aan bijdragen. 

Meer lezen? Bekijk het onderzoek van Mulier Instituut of het interview met Björn Schadenberg over ongelijkheid in sportdeelname.