Van drempels naar mogelijkheden: Nieuw sportprogramma voor mensen met chronische darmziekten
Voor mensen met een chronische darmziekte, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, is sporten niet altijd vanzelfsprekend. Buikpijn, vermoeidheid en onzekerheid over klachten vormen vaak grote drempels om in beweging te komen. Met steun van de Nationale Sportinnovator Prijs (NSP) willen het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) en CardioBoxing Nederland daar verandering in brengen.
Het ASZ en CardioBoxing Nederland starten samen een speciaal beweegprogramma, IBDFIT Sport, voor mensen met een chronische darmziekte. Vincent de Jonge werkt inmiddels zes jaar als maag-darm-leverarts in het ASZ in Dordrecht en begeleidt vooral patiënten met complexe chronische darmziekten. Hij vertelt: “Er komt bij deze aandoeningen veel meer kijken dan alleen darmklachten. Het is een ziektebeeld dat een enorme impact heeft op het dagelijks leven. Daarom vind ik het belangrijk dat er meer aandacht komt voor leefstijl, sporten en bewegen als onderdeel van de zorg.”
Veel drempels om te sporten
Voor mensen met een chronische darmontsteking zijn er verschillende redenen waarom sporten lastig kan zijn. Darmklachten zoals diarree, plotselinge aandrang en buikpijn spelen daarbij een belangrijke rol. “Veel mensen vragen zich af of ze wel op tijd bij een toilet kunnen komen. Dat alleen al kan een reden zijn om niet te gaan sporten”, vertelt Vincent. Ook schaamte speelt vaak mee. “Klachten zoals winderigheid kunnen ervoor zorgen dat mensen zich ongemakkelijk voelen in een sportomgeving.”
Daarnaast gaat de aandoening vaak gepaard met vermoeidheid, een laag energieniveau en somberheidsklachten. “Uit onderzoek weten we dat 30 tot 40 procent van de mensen na hun diagnose minder gaat bewegen, terwijl bewegen juist kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven”, aldus Vincent.
Bovendien beperken de gevolgen van de ziekte zich niet altijd tot de darmen. “Er kunnen ook ontstekingen ontstaan in gewrichten en pezen, waardoor bewegen pijnlijker wordt en mensen minder actief zijn.”
Wat veel mensen ook niet weten, is dat deze aandoeningen vaak worden vastgesteld bij mensen tussen de 20 en 30 jaar. Juist in een levensfase waarin studie, werk en het opbouwen van een bestaan centraal staan. “Dan wordt sporten vaak minder belangrijk, zeker ook als de financiële ruimte beperkt is.”
Een programma dat drempels wegneemt
Juist deze uitdagingen vormden de aanleiding voor het NSP-project. Vincent: “Met deze subsidie hopen we een groot aantal drempels weg te nemen. Voor deelnemers verdwijnt de financiële drempel, ze sporten samen met mensen die dezelfde ziekte hebben en de trainers zijn bekend met de aandoening.”
Binnen het ASZ zijn ongeveer 2.000 patiënten met een chronische darmziekte in behandeling. Na een oproep onder deze groep bleek de belangstelling groot. Voor de eerste pilotgroep zijn twaalf deelnemers geselecteerd. Vanaf september starten zij met een (gratis) programma van zes maanden. Wekelijks sporten zij onder begeleiding van een vaste trainer bij Cardioboxing Nederland, waarbij iedere deelnemer werkt met een persoonlijk programma.
Daarnaast worden voedingsdeskundigen en fysiotherapeuten betrokken om deelnemers waar nodig individueel te begeleiden. “Er is aandacht voor de persoon achter de ziekte. We bouwen rustig op, geven voorlichting en stimuleren het contact met lotgenoten. Zo kunnen deelnemers ervaren wat bewegen hen oplevert.”
Samen werken aan een actieve toekomst
Ook de gemeente Dordrecht is betrokken bij het project. Samen met de lokale sportconsulent wordt gekeken hoe deelnemers na afloop van het programma actief kunnen blijven. “We hopen natuurlijk dat een deel van de groep blijft sporten. Dat mag bij Cardioboxing Nederland zijn, maar ook ergens anders. Het belangrijkste is dat mensen ontdekken wat zij leuk vinden en dat bewegen een blijvend onderdeel van hun leven wordt.”
Ambities voor de toekomst
Vincent ziet het project als een belangrijke eerste stap, maar hoopt dat het daar niet bij blijft. “De uitdaging blijft om structurele financiering te vinden. Uiteindelijk zou het geweldig zijn als we dit soort sportgroepen vaker kunnen organiseren, bijvoorbeeld jaarlijks. Er zijn nog zoveel meer mensen die hier baat bij kunnen hebben.”