Oratie Remco Hoekman: sportbeleid overheid vergroot ongelijkheid in sportdeelname

In zijn inaugurele rede maakt Remco Hoekman, directeur van het Mulier Instituut, één ding duidelijk: ondanks de ambitie om sport ‘voor iedereen’ toegankelijk te maken, profiteren vooral de mensen die toch al sporten van het huidige beleid. De ongelijkheid in sportdeelname wordt daardoor niet kleiner, maar juist groter.

Driekwart van het gemeentelijke sportbudget gaat naar accommodaties en faciliteiten. Die middelen komen vooral terecht bij verenigingen en dus bij mensen die de weg naar de verenigingssport al kennen. Voor nieuwkomers, mensen met een andere culturele achtergrond, of groepen die liever op een andere manier sporten, zijn deze voorzieningen minder passend of zelfs drempelverhogend.

Het gevolg: de beleidsdoelen worden niet gehaald. De groepen die het meest zouden moeten profiteren van een toegankelijk sportaanbod, vallen nog steeds buiten de boot.

Andere groepen bereiken

Als je beleid wilt maken om de ongelijkheid in sportdeelname te verkleinen, moet je als overheid dus ook nadenken over de andere groepen die zich niet per se willen of kunnen aansluiten bij verenigingen. Niet iedereen heeft dezelfde wensen. Kijk naar de wensen van de doelgroep. Een groepje mensen kunnen samen een gymzaal afhuren om iets te doen zonder dat ze zijn aangesloten bij een vereniging. Een buurtsportcoach kan iets organiseren op een lokaal veldje in een wijk. En ook ondernemende sportaanbieders weten natuurlijk een heleboel groepen te bereiken. Als een ondernemende sportaanbieder specifiek aanbod organiseert voor bijvoorbeeld mensen met een beperking, kun je daar als overheid ook subsidie voor beschikbaar stellen.

Kijk ook naar de maatschappelijke waarde van sportaccommodaties

Hoekman benadrukt dat het denken vanuit ‘accommodatiesubsidies’ tekortschiet. Een zwembad of sporthal is veel meer dan een gebouw. Waarde ontstaat pas als er een aanbieder is die activiteiten organiseert én als die activiteiten passen bij de behoeften van verschillende doelgroepen.

Zo is er veel onderbenutting in sportaccommodaties. Naast de uren voor traditionele verenigingssport, moet je ook het gebruik stimuleren voor groepen die daar buiten vallen. Neem een zwembad als voorbeeld. Als je daar alleen financieel naar kijkt, heb je het liefst zo min mogelijk openingsuren. Maar er moet een balans zijn tussen financiële en maatschappelijke waarde. Dus dat moet naast geld ook gaan over wie gebruikt de accommodatie en wat voor maatschappelijke waarde is daaraan te ontlenen?

Een ongelijke behandeling voor meer gelijkheid

Tot slot pleit Hoekman in zijn oratie voor een ongelijke behandeling om juist gelijkheid in sportdeelname te bewerkstelligen. Meer dan nu moeten de overheidsuitgaven aan sport terecht komen bij de groepen, die dit het hardst nodig hebben.

Kortom, investeer in en richt beleid (en de te besteden middelen) op doelgroepen die achterblijven in sport- en beweegparticipatie.

Meer weten? Lees hier het artikel van Mulier over zijn oratie of een interview met Remco Hoekman op Sport Knowhow XL.nl.