NSP-winnaars zetten boksen in om de mentale veerkracht van jongeren te versterken

Steeds meer jongeren ervaren prestatiedruk, onzekerheid of mentale klachten. Tegelijkertijd lopen de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg op. In de gemeente Beverwijk slaan daarom sport, zorg, welzijn en onderwijs de handen ineen. Met steun van de Nationale Sportinnovator Prijs (NSP) ontwikkelen Cardio Fitness Beverwijk, Youz Jeugd GGZ, Sport IJmond Noord en Hogeschool Inholland een laagdrempelig boksprogramma dat jongeren helpt om weerbaarder en veerkrachtiger te worden. Het programma richt zich op jongeren met een mentale kwetsbaarheid en moet uiteindelijk zorgen voor een duurzame verbinding tussen de mentale gezondheidszorg en sport.

Een initiatief vanuit de lokale sportaanbieders

Het idee voor het project ontstond binnen Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) Beverwijk, een netwerk van sportondernemers in Beverwijk. Daar groeide de wens om als sportaanbieders meer maatschappelijke impact te maken. “De ondernemers wilden graag meer betekenen voor de stad”, vertelt Koen de Jong, clubondersteuner en coördinator van de buurtsportcoaches van Beverwijk Fit & Actief en werkzaam bij Sport IJmond Noord. “Toen dit idee voorbij kwam, hadden we meteen een enthousiaste sportaanbieder, Cardio Fitness Beverwijk, die zei: hier willen wij aan meewerken.”

Voor Debbie Keskin, directrice van Cardio Fitness Beverwijk, was meedoen vanzelfsprekend: “Wij geloven dat sport veel meer is dan alleen bewegen. Als sportschool willen we de drempel om te sporten zo laag mogelijk maken en jongeren een plek bieden waar zij zich welkom, veilig en thuis voelen. Juist dat gevoel van verbinding maakt dat sport een belangrijke bijdrage kan leveren aan hun mentale gezondheid.”

Al snel werden Youz Jeugd GGZ en Hogeschool Inholland ook aangehaakt om het initiatief verder te versterken. “Zo konden we niet alleen de verbinding met de zorg maken, maar ook de kennis uit onderzoek meenemen. Daardoor ontstond een samenwerking waarin iedereen vanuit zijn eigen expertise bijdraagt,” aldus Koen.

Voorkomen in plaats van behandelen

Volgens Tim Vreeburg, programmamanager bij Youz Jeugd GGZ, ligt de kracht van het project vooral in de preventieve aanpak. “Het liefst zien wij jongeren helemaal niet bij ons in behandeling komen. Daarom zoeken we naar manieren om al veel eerder ondersteuning te bieden, voordat problemen groter worden.”

Youz werkt al op verschillende scholen aan preventieprogramma’s en ziet sport daarbij als een krachtig middel. “Veel jongeren ervaren prestatiedruk, zijn onzeker of worstelen met hun identiteit. Daardoor trekken ze zich soms terug en ondernemen ze steeds minder. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.”

Juist een laagdrempelig sportprogramma kan helpen om die cirkel te doorbreken. “Door samen te sporten ervaren jongeren dat ze niet de enige zijn. Ze voelen zich begrepen, bouwen vertrouwen op en ontdekken dat ze meer kunnen dan ze misschien dachten” aldus Tim.

Boksen als middel voor mentale geZOndheid

Het programma bouwt voort op eerder onderzoek van Hogeschool Inholland naar boksen en mentale gezondheid. “We hebben de afgelopen jaren een programma ontwikkeld waarin boksen wordt ingezet om de mentale veerkracht van jongeren te versterken”, vertelt Willemijn Langkamp, onderzoeker bij het lectoraat Kracht van Sport en Bewegen van Inholland. “Het mooie aan dit project is dat we dat programma nu echt in de praktijk kunnen brengen én verder kunnen doorontwikkelen.”

Het traject bestaat uit zestien trainingen. De eerste bijeenkomst staat in het teken van kennismaken. Daarna volgen elf bokstrainingen waarin jongeren werken aan zelfvertrouwen, weerbaarheid en samenwerking. Volgens Debbie zit de kracht van sport vooral in de succeservaringen die jongeren tijdens het traject opdoen. “Tijdens de trainingen ervaren zij dat ze stap voor stap doelen kunnen behalen. Die succeservaringen dragen bij aan meer zelfvertrouwen, mentale veerkracht en een gevoel van voldoening. In een tijd waarin veel jongeren voortdurend worden blootgesteld aan de prikkels en bevestiging van sociale media, vinden wij het belangrijk dat sport een gezond alternatief biedt: een plek waar je echte verbinding maakt, samen groeit en ontdekt dat voldoening ontstaat door uitdagingen aan te gaan en successen met elkaar te delen.”

De laatste vier trainingen vormen vervolgens een geleidelijke overgang naar het reguliere sportaanbod. Willemijn: “We willen niet dat jongeren na afloop ineens alles zelf moeten uitzoeken. Daarom bouwen we die overgang bewust stap voor stap op.”

Meer dan alleen een bokstrainer

Tijdens het programma staan jongeren er niet alleen voor. Naast de bokstrainer is ook een ondersteuner aanwezig, bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige of vertrouwd gezicht vanuit de boksschool. Willemijn: “Denk aan contact houden met de groep, een WhatsApp-groep beheren of gewoon een luisterend oor bieden. Zo kan de trainer zich volledig richten op de sport.”

Daarnaast is achter de schermen een welzijnsprofessional of jongerenwerker beschikbaar, vertelt Willemijn verder: “Als een trainer zich ergens zorgen over maakt of twijfelt hoe hij moet handelen, kan hij altijd overleggen met een professional. Zo zorgen we ervoor dat jongeren de juiste ondersteuning krijgen wanneer dat nodig is.”

De volgende stap blijft centraal staan

Na afloop van het programma wordt samen met iedere deelnemer gekeken welke sport het beste past. “Misschien wil iemand blijven boksen, maar misschien ontdekt iemand juist dat een andere sport beter aansluit. Er is veel mogelijk bij Cardio Fitness, vandaar ook de samenwerking met hen. Maar het kan natuurlijk ook bij een andere sportaanbieder zijn”, vertelt Koen.

Daarbij spelen de buurtsportcoaches een belangrijke rol. Koen: “Wij kennen zowel de sportverenigingen als de ondernemende sportaanbieders in de regio. Sommige jongeren kunnen we direct doorverwijzen, anderen begeleiden we nog wat intensiever. Het belangrijkste is dat ze blijven bewegen.”

Samen bouwen aan een duurzame aanpak

Hoewel het project na de zomer eerst start met één groep van maximaal acht jongeren, kijken de initiatiefnemers al verder vooruit. Tim hoopt vooral dat het programma jongeren iets blijvends oplevert. “Ik hoop dat er een groep ontstaat waarin jongeren elkaar blijven opzoeken en steunen. Dat ze niet alleen een sport vinden, maar ook een plek waar ze zich thuis voelen.”

Maar niet alleen de jongeren staan centraal binnen het project, ook de samenwerking tussen sport en zorg is belangrijk. Willemijn: “Voor ons is dit vooral een kans om samen te leren. In theorie kun je veel bedenken, maar juist in de praktijk ontdek je wat echt werkt.”

Ook Koen ziet de toekomst positief in: “Wij merken dat ondernemende sportaanbieders een belangrijke rol kunnen spelen voor doelgroepen voor wie bewegen minder vanzelfsprekend is. Dit project laat zien wat er mogelijk is als sport, zorg, welzijn en onderwijs structureel samenwerken.”