NSP-winnaar Healthclub Juliën helpt mensen met reuma en overgewicht duurzaam in beweging te komen

Voor veel mensen is de stap naar een sportschool al groot. Voor mensen met reuma en overgewicht is die drempel vaak nog hoger. Met het leefstijlprogramma NLFitter wil Juliën van der Slikke, van Healthclub Juliën in Lienden, die drempel verlagen en deelnemers helpen om meer vertrouwen te krijgen in hun lichaam én een actieve leefstijl op te bouwen.

Het initiatief is een van de negen winnaars van de Nationale Sportinnovator Prijs (NSP) en richt zich op duurzame leefstijlverandering door sport, bewegen en persoonlijke begeleiding te combineren. Binnen het programma werken Healthclub Juliën en vier andere preventiecentra samen met fysiotherapeuten. 

Een sport- en gezondheidscentrum midden in de samenleving

Juliën en zijn vrouw Monique runnen al tientallen jaren Healthclub Juliën. Wat ooit begon op een hooizolder en in een gehuurde gymzaal, groeide uit tot een sport- en gezondheidscentrum van ruim 2.500 vierkante meter. Naast reguliere fitness en groepslessen werken er onder hetzelfde dak ook fysiotherapeuten, diëtisten, een sportmasseur en een bedrijfsarts. Ook worden er al verschillende doelgroepen begeleid, waaronder mensen met Parkinson, diabetes, longproblemen en oncologische aandoeningen. 

Juliën: “Wij bevinden ons midden in de maatschappij. We werken samen met zorg, welzijn, onderwijs, verenigingen en bedrijven. Juist die verbinding maakt het mogelijk om mensen op de juiste manier te ondersteunen.” 

Een hoge drempel voor mensen met reuma en overgewicht

Volgens Juliën is de stap naar sport en bewegen voor veel mensen nog altijd spannend. “De drempel naar een sportschool is voor veel mensen al hoog. Voor mensen met reuma en overgewicht geldt dat nog veel sterker. Zij ervaren zowel fysieke als mentale drempels om te gaan sporten of bewegen. Daarom is het zo belangrijk om hen te laten ervaren dat bewegen juist goed kan doen, mits het op een veilige en passende manier gebeurt,” aldus Juliën. Daarom richt het programma zich niet alleen op bewegen, maar ook op het wegnemen van onzekerheid en het opdoen van nieuwe kennis over leefstijl.

Persoonlijke begeleiding in kleine groepen

Deelnemers komen via de eerstelijnszorg, de praktijkondersteuner, in aanraking met het programma. Vervolgens wordt tijdens een uitgebreide intake gekeken naar zowel de fysieke mogelijkheden als de persoonlijke situatie van de deelnemer, vertelt Juliën: “Je kijkt naar het pijngevoel op een schaal van 1-10, maar ook hoe iemand tegen sport en bewegen aankijkt. Op basis van de intake bepaal je wat iemand aankan, op welk niveau iemand start en welke meetinstrumenten je gaat inzetten.”  

Vervolgens starten zij in kleine groepen van maximaal zes personen. Dankzij de kleinschalige opzet is er veel ruimte voor individuele begeleiding en maatwerk.  

Het traject duurt zes maanden. In die periode werken deelnemers niet alleen aan hun fysieke gezondheid, maar ook aan het ontwikkelen van een betere en blijvende levensstijl. Deelnemers krijgen kennis over leefstijl, gezondheid en het omgaan met hun aandoening. Juliën: “Wij willen dat mensen ontdekken wat er allemaal nog wél mogelijk is. Er kan namelijk vaak veel meer dan mensen denken. Ze moeten weer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam en zelfstandig verder kunnen.” 

Samenwerking met zorgprofessionals

Een belangrijk onderdeel van het initiatief is de nauwe samenwerking met zorgprofessionals. Omdat fysiotherapie, diëtetiek en andere disciplines inpandig aanwezig zijn, kunnen deelnemers snel worden doorverwezen wanneer dat nodig is. “Het belangrijkste is altijd wat het beste is voor de betreffende persoon. Soms start iemand bij de fysiotherapeut, soms bij ons. Door korte lijnen te houden kunnen we samen de juiste begeleiding bieden,” vertelt Juliën.

Een voorbeeld voor de toekomst

Met de steun vanuit de Nationale Sportinnovator Prijs wil Juliën de aanpak verder ontwikkelen en onderzoeken hoe dergelijke trajecten breder kunnen worden ingezet. “Uiteindelijk willen we toewerken naar standaardisering van het programma. Het zou mooi zijn als onze ervaringen andere sportaanbieders inspireren om ook deze groepen in beweging te brengen.”