
Onderzoek sportbeleid: van norm naar beleving
Goedbedoeld sport- en beweegbeleid heeft in de praktijk vaak onbedoelde effecten. Dit is het onderwerp van een recent onderzoek in de Gemeente Den Haag: ‘Sportbeleid: van norm naar beleving’.
In sport- en beweegbeleid worden sporters vaak beschreven in vaste categorieën, zoals de inactieve inwoner, de kwetsbare doelgroep of de te activeren burger. Daarmee wordt impliciet bepaald wat ‘goed’ sportgedrag is en hoe iemand zich zou moeten gedragen. Dit kan onbedoelde effecten hebben. Potentiële sporters die zich niet herkennen in dit beeld, bijvoorbeeld omdat zij bewegen op hun eigen manier, andere motieven hebben of drempels ervaren, voelen zich minder aangesproken of zelfs uitgesloten. Het beleid sluit dan niet aan bij hun beleving, motivatie en dagelijkse realiteit.
Gemeenten sturen met hun beleid op bepaalde vormen van sport en beweging, waardoor impliciet wordt bepaald welk sportaanbod wordt erkend en ondersteund. Voor ondernemende sportaanbieders betekent dit dat hun innovatieve of anders georganiseerde initiatieven soms buiten het dominante beleidskader vallen. Deze in- en uitsluitingsmechanismen maken dat niet alle sportaanbieders even goed aansluiten bij gemeentelijk beleid. Ondernemende sportaanbieders zijn geen passieve uitvoerders: zij beschikken over handelingsvermogen en vinden hun eigen wegen binnen of buiten bestaande structuren.
Het onderzoek laat zien dat gemeenten door kritischer te kijken naar hun sportbeleid en meer ruimte te geven aan de praktijk van sportondernemers, onbedoelde effecten kunnen beperken en beter kunnen aansluiten bij wat er daadwerkelijk gebeurt in de sportpraktijk.