U mag openstaande rekeningen in onderpand geven aan een bank of geldschieter. Het bedrijf waar u geld van krijgt mag u dit niet verbieden . Heeft u nog een verpandingsverbod van voor 1 juli 2025? Vanaf 1 oktober 2025 geldt dit niet meer.
U spreekt met uw geldschieter af welke bezittingen u in onderpand geeft. Als u de lening niet terugbetaalt, mag de geldschieter deze bezittingen verkopen. Zo krijgt hij (een deel van) zijn geld terug.
Degene die de bezittingen in onderpand geeft, heet de pandgever. Als u pandrecht geeft aan uw bank bent u de pandgever.
Degene die de bezittingen mag verkopen als u de lening niet kunt betalen, heet de pandhouder of pandnemer. Bijvoorbeeld de bank.
Voorbeeld
U wilt geld lenen om een nieuwe machine te kopen. De bank wil zeker weten dat u het geld terug kunt betalen. U geeft daarom pandrecht op de nieuwe machine aan de bank. Als u uw afspraken niet nakomt, mag de bank de machine verkopen.
Parate executie (verkoop van onderpand)
Als u zich niet aan de afspraken houdt, mag de pandhouder de bezittingen verkopen waarop u pandrecht heeft gegeven. De pandhouder heeft hiervoor geen toestemming nodig van een rechter. Dit heet parate executie.
Met de opbrengst lost de pandhouder het bedrag van de openstaande schuld zoveel mogelijk af. Brengt de verkoop meer geld op dan de schuld? Dan krijgt u (de pandgever) de rest van het geld. Brengt de verkoop te weinig op om de openstaande schuld helemaal te betalen, dan blijft de restschuld bestaan.
Vuistpand en bezitloos pandrecht op goederen
Er zijn 2 soorten pandrecht op goederen:
Vuistpand De schuldeiser krijgt de spullen in bezit zodra u de lening afsluit. U kunt dan niet meer zelf uw goederen gebruiken. De schuldeiser moet goed voor uw spullen zorgen.
Bezitloos pandrecht
U houdt de spullen zelf. U legt het pandrecht in een akte vast bij de notaris. Of u maakt zelf samen met de pandhouder een overeenkomst. Als u de overeenkomst zelf maakt, moet u deze inschrijven bij een notaris of bij de Belastingdienst .
Stil of openbaar pandrecht op vorderingen
Wilt u pandrecht geven op schulden die anderen bij u hebben? Dan kunt u kiezen voor een stil pandrecht of een openbaar pandrecht. Als u een stil pandrecht geeft, dan weet de persoon die schulden bij u heeft niet dat u deze verpand heeft. Bij een openbaar pandrecht weet diegene dit wel.
Pandrecht op aandelen
Met pandrecht op aandelen geeft u uw schuldeiser het recht om uw aandelen te verkopen als u uw rente of aflossing niet volgens afspraak betaalt. U kunt afspreken:
wie mag stemmen in aandeelhoudersvergaderingen wie de winst krijgt van de aandelen wanneer het pandrecht stopt
In de statuten van een bv staat of de aandelen kunnen worden verpand. En welke afspraken er mogelijk zijn over stemrecht en vergaderrecht. Om pandrecht te geven op aandelen moet u naar een notaris.
Voor- en nadelen pandrecht verlenen
Voordelen:
u krijgt makkelijker een lening de geldschieter heeft meer zekerheid de geldschieter hoeft niet naar de rechter als u zich niet aan de afspraken houdt
Nadeel:
u bent soms minder vrij om over uw bezittingen te beslissen
Pandrechten bij faillissement
Als u failliet gaat , mag de pandhouder de spullen met pandrecht opeisen. Dit mag ook als u uitstel van betaling heeft gevraagd of in de schuldsanering zit, kan de pandhouder zonder toestemming van de rechter de spullen opeisen.
Een pandhouder gaat bij een faillissement voor op andere schuldeisers . De pandhouder mag de bezittingen waarop een pandrecht is gevestigd verkopen en hoeft geen rekening te houden met het faillissement.
Uitzondering voor Belastingdienst (bodemrecht)
Er is één uitzondering. De Belastingdienst kan bij een pandrecht het ‘bodemrecht’ uitoefenen. De Belastingdienst heeft met het bodemrecht voorrang op alles wat op de bedrijfsvloer (bodem) staat van het bedrijf dat failliet verklaard is.
Wanneer stop het pandrecht?
Het pandrecht kan op verschillende manieren eindigen:
Als u de geldlening helemaal heeft terugbetaald. Als u en de pandhouder afspreken dat het pandrecht stopt, ook al is de lening nog niet afgelost. Deze afspraak moet u vastleggen. Als de pandhouder de verpande bezittingen verkoopt en met de opbrengst de geldlening aflost.